Het is alweer een tijdje geleden dat ik mijn eerste blog heb geschreven. Ik ben druk bezig geweest de afgelopen maanden met het schrijven van mijn boek over Liefdevol Organiseren. Druk bezig geweest. Ik hoor het mezelf zeggen, met enige gêne bijna. Want mijn boek gaat nu juist over ontspannen je doelen bereiken als mens en organisatie. Hoe ontspannen ben ik eigenlijk zelf als schrijver?

Toen ik mezelf vanochtend met een kopje cappuccino in mijn hand in een comfortabele stoel had genesteld in de woonkamer en naar buiten keek de tuin in, naar het ontluikende groen van de krentenboom en rozenstruik, stelde ik mezelf die vraag. En moest ik van binnen wel een beetje glimlachen. De afgelopen maanden ben ik ijverig aan het schrijven geweest. Zoals mijn partner constateerde, zonder enig oordeel overigens: “Je hebt nog nooit zoveel gewerkt als nu.” Nou ja, nooit is een groot woord, zeg ik dan maar. Maar ze heeft gelijk dat ik nu meer uren werk dan ik de afgelopen jaren heb gedaan bij mijn ex-werkgever de gemeente Zwolle. Waarbij ik moet opmerken dat ik daar ‘slechts’ drie dagen in de week werkte, dat u niet denkt, wat heeft zij daar al die jaren uit haar neus zitten eten. Nu vind ik schrijven heerlijk om te doen, begrijp me goed. Maar toen ik daar zo in die stoel, met mijn pootjes op een poef, van mijn bakje koffie zat te nippen en het achtergebleven witte schuim naar binnen lepelde, besefte ik me dat ik mezelf soms wel wat op zit te jagen ja. Vanuit het idee dat ik zoveel mogelijk tijd aan mijn boek wil besteden. Op zich niets mis mee natuurlijk. Maar met dat driftige getyp en mijn blik op het beeldscherm gun ik mezelf soms simpelweg niet de tijd om iets anders te doen. Vanochtend deed ik dat wel. Voor het koffiemomentje had ik yoga gedaan. In een tot ‘yogaruimte’ omgedoopte kamer in ons eigen huis, compleet met matjes, meditatiekussens, schapenvachtjes en sfeerverhogende kaarsjes en oranje zoutlampen. Losmaakoefeningen, de zeven zonnegroeten en nog een paar yin yoga houdingen. Heerlijk. Ik deed het bijna iedere week één of het liefst twee keer. Tot er de afgelopen maanden een beetje de klad in is gekomen door mijn schrijfpassie. En waarom eigenlijk? Wat maakt nu dat uurtje yoga ’s ochtends voor verschil? Dan kruip ik toch gewoon een uurtje later achter die computer? Ik kon die laatste vraag in mijn hoofd eigenlijk alleen maar met een volmondig ja beantwoorden.

Druk, druk, druk

Inspanning en ontspanning. Het is zo belangrijk dat die twee in balans zijn. Dat besefte ik me vanochtend weer even heel duidelijk. Druk, druk, druk. Die geluiden hoor ik zoveel om me heen. We hollen maar door. Het lijkt wel alsof druk zijn een soort van statussymbool is geworden waar we privé en op ons werk mee pronken. De opkomst van moderne technologie als smartphones en tablets en sociale media als Facebook en Twitter versterkt deze gehaastheid alleen maar en maakt momenten van bezinning en inkeer extra schaars. Volgens Hans Schnitzler, schrijver van het boek ‘Het digitale proletariaat’, zijn we zo bang om iets te missen en om buitengesloten te worden, dat we continu online zijn en ons, voorovergebogen over onze schermpjes, als een verslaafde gaan gedragen: gejaagd, dwangmatig en met een onstilbare honger. Tijd voor momenten van bezinning en reflectie, om in rust naar binnen te kunnen keren, is er daardoor steeds minder. Herkenbaar?

In onze maatschappij en de organisaties die daar deel van uitmaken, is de druk om te presteren hoog. Met alle gevolgen van dien. Ongeveer één op de zeven tot acht werknemers kampt met een burn-out volgens cijfers van het CBS en SCP. En in sommige sectoren zoals het onderwijs is dat zelfs één op de vijf. Als ik zelf terugkijk op totaal twintig jaar binnen de Utrechtse universiteit en daarna de Zwolse gemeentelijke organisatie waar ik heb gewerkt, dan zie ik dat ik mezelf voor een deel kwijt raakte door het gevoel dat ik hard moest werken en presteren, en daarop ook werd afgerekend. Dat voelde ik binnen de organisatie, maar wat denk ik nog veel fnuikender was, dat legde ik mezelf ook op. Met als gevolg spanning en stress die ik voelde, waar ik uiteindelijk meerdere keren psychisch en lichamelijk ziek van werd. Wat voor mij aanleiding was om een andere (werk)houding aan te nemen. Ik liet mijn streven los om alles maar (aan) te kunnen en iedereen maar tevreden te stellen. Ik ging mijn grenzen voelen en ook grenzen stellen aan anderen. Grenzen die ik, zoals het begin van deze blog wel duidelijk maakt, nog steeds in de gaten moet houden. Waar ligt voor mij de grens? Wanneer slaat de balans tussen inspanning en ontspanning door naar stress en onrust en me ongelukkig voelen?

Stilstaan om vooruit te komen

Ik geloof dat ik me in mijn werk nog nooit zo gelukkig heb gevoeld als nu, nu ik de vrijheid proef van het zelfstandig ondernemer zijn en het volgen van mijn passie als schrijver. Maar ook nu blijft het voor mij balanceren tussen inspanning en ontspanning, tussen doen en zijn. Zoals Liefdevol Organiseren ook een kwestie is van balanceren en zoeken naar het juiste evenwicht tussen yang en yin. Belangrijk daarbij is dat we allemaal onze eigen unieke grenzen herkennen en erkennen. We kunnen alleen zelf voelen waar onze persoonlijke grenzen liggen en ervaren wanneer die grenzen bereikt zijn en het tijd is ze nog eens extra te koesteren. Stilstaan is daarbij essentieel. Stilstaan is nodig om vooruit te komen. Om te reflecteren en te kunnen (h)erkennen wat is. En vanuit die stilte in onszelf het juiste moment te leren kennen om iets te doen (niet-doen is ook doen). Dan kunnen we onszelf als mens en als organisatie pas echt blijven ontwikkelen en vernieuwen. Zoals Kahlil Gibran het mooi verwoordde: “Schildpadden kunnen meer over de weg vertellen dan hazen.” Momenten van stilte en overgave zijn nodig om contact te kunnen maken met de liefde in onszelf, en onszelf vanuit die liefde ook werkelijk te kunnen verbinden met een ander. Dat is de kracht van Liefdevol Organiseren.

Hartelijke groet,

Roelien Dekker