About Roelien Dekker

This author has not yet filled in any details.
So far Roelien Dekker has created 5 blog entries.

februari 2018

Machtsverschillen overbruggen

Miljoenen vrouwen delen met gebruik van de hashtag #MeToo of #IkOok hun ervaringen met seksueel geweld en seksuele grensoverschrijding. Ze leggen daarmee ongenadig de vinger op de uitwassen van de machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Een machtsongelijkheid die ook in organisaties, waar zich overigens ook veel gevallen van seksueel geweld en seksuele grensoverschrijding afspelen, nog steeds nadrukkelijk aanwezig is. Ondanks decennia van goede intenties, streefcijfers en acties om de positie van vrouwen te verbeteren, is er helaas nog een lange weg te gaan.

Machtsongelijkheid

In 1995 rondde ik mijn proefschrift af over loopbaanverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke wetenschappers. Nu, ruim twintig jaar later, is het beeld nog nauwelijks veranderd en heeft Nederland nog steeds een bedroevend laag percentage vrouwelijke hoogleraren, zeker in vergelijking met omringende landen. Ook in andere organisaties zijn het overwegend mannen die de leidinggevende – en dus machtige – posities invullen, vooral in de hoogste regionen. Weliswaar neemt het aantal vrouwen in leidinggevende functies toe, maar het gaat tergend langzaam. Soms is er zelfs sprake van een achteruitgang. Zo konden we recent nog in de krant lezen dat het aantal vrouwelijke bestuurders bij de 85 bedrijven met een Amsterdamse beursnotering voor het tweede achtereenvolgende jaar is gedaald (6,2% in 2017). We zitten nog mijlenver van het streefcijfer van 30%.

Ongelijkheid zien we niet alleen in de top. Het weerspiegelt zich ook in het minder zichtbaar (laten) zijn van vrouwen. Het is bijvoorbeeld opvallend hoe weinig vrouwelijke sprekers er zijn op congressen en symposia over nieuwe manieren van organiseren en leidinggeven. Een ietwat wrange constatering, omdat we dit ‘nieuwe organiseren’ als meer vrouwelijk dan mannelijk zouden kunnen betitelen, of op zijn minst als androgyn. Waarom zijn het dan (weer) vooral mannen die hiermee op de voorgrond treden?

Cultuur

De bewustwording en aanpak van het fundamentele onderliggende probleem schiet nog steeds tekort. Een eeuwenlange dominantie van – witte, heteroseksuele – mannen en mannelijke energie in onze maatschappij en de organisaties die daar deel van uitmaken, heeft zijn sporen nagelaten. In organisaties is de cultuur overwegend mannelijk. De nadruk ligt op prestaties, competitie, economische en financiële belangen, rationele besluitvorming, planning en controle. Om daarin hun weg te vinden en hogerop te komen, moeten vrouwen (en ook veel mannen) zichzelf geweld aandoen, hun authenticiteit overboord gooien, over hun grenzen heengaan. Zolang er niet wat meer zachtheid en vrouwelijke energie – in de vorm van empathie, dienstbaarheid, ontspanning, gevoel en intuïtie, verbondenheid, etcetera – doordringt in organisaties, zal de zo noodzakelijke transformatie naar ‘nieuw organiseren’ niet plaatsvinden.

Stem

Het is belangrijk dat we de stem van vrouwen meer gaan horen, ook in organisaties. Dat we beter gaan luisteren naar hun ervaringen, ideeën en visies. De ruimte daarvoor kunnen we alleen creëren als we het vrouwelijke in onszelf en in organisaties gaan opwaarderen. We zouden kunnen zeggen dat het mannelijke het vrouwelijke nodig heeft om het hart te openen en de bezieling, menselijkheid en dienstbaarheid weer terug te brengen. De mannelijke en vrouwelijke energie vormen een perfecte eenheid en zorgen samen voor balans: yang en yin, zoals de taoïsten het noemen, of animus en anima, zoals Carl Jung het noemt. Die polariteit is in heel het universum en in alle aspecten van het leven terug te vinden. De balans is echter ernstig verstoord geraakt in onze patriarchale cultuur, met verwoestende gevolgen voor onszelf – we werken onszelf te pletter in onmenselijke organisatiesystemen – en onze natuurlijke leefomgeving – we stevenen af op een ecologische crisis van ongekende omvang. Het herstellen van de balans is nodig om op een andere manier te gaan denken en handelen, vanuit een besef van eenheid. Vrouwen kunnen daar een cruciale rol in vervullen.

De grootste uitdaging voor mannen is om ruimte te maken voor vrouwen en een gelijkwaardige relatie met vrouwen aan te gaan. Dit vraagt om zelfbewustzijn, moed en kwetsbaarheid. Durven kijken naar je eigen blinde vlekken, bereid zijn om echt te luisteren naar de ander en de ander te begrijpen, je kwetsbaarheid durven laten zien, de angst overstijgen om je machtspositie kwijt te raken. Er zijn gelukkig mannen die deze ruimte voor vrouwen bepleiten, omdat vrouwelijke leiders volgens hen stappen kunnen zetten die voor mannen erg moeilijk zijn, maar dergelijke geluiden horen we nog maar weinig.

Eenheid

Het is goed dat nu massaal vrouwen hun stem laten horen over de uitwassen van machtsongelijkheid. Dat zwarten hun stem laten horen tegen de witte dominantie. Dat homoseksuelen en transgenders hun stem laten horen tegen de heteroseksuele dominantie. Dat we met z’n allen onze stem laten horen tegen de dominantie van het een boven het ander en misbruik van macht. Het is tijd voor een transformatie naar eenheid in verscheidenheid, waarin ieder met zijn of haar unieke eigenschappen en talenten een waardevolle rol vervult. Dan zullen we pas echt de kracht van diversiteit kunnen gaan benutten en ervaren en machtsverschillen gaan overbruggen. De ‘liefde voor macht’ maakt ons allen zeker tot verliezers, maar de ‘macht van liefde’ kan ons allen tot winnaars maken.

Hartelijke groet,

Roelien Dekker

Verschenen als managementblog op Managementboek.nl (17 november 2017)

augustus 2017

Los het op door het niet te willen oplossen

Ik bevond me de afgelopen weken in een moeilijke periode. Dat was ook de reden dat ik weinig actief was op Facebook. Toen mijn gemoedstoestand weer wat lichter werd, voelde ik de aandrang om er over te schrijven. Op dat moment nog zonder de intentie om het te delen. Tot ik kort daarna een nieuwsbericht zag op televisie. Het ging over een Brits onderzoek dat laat zien dat jongeren zich ellendig kunnen gaan voelen door sociale media als Facebook en Instagram. Dat begrijp ik. We zetten er bijna alleen maar positieve berichten op. Die perfecte plaatjes kunnen ons onzeker maken. Want vergelijken doet vaak pijn. Als we onszelf vergelijken met mensen die in onze ogen slanker, slimmer of succesvoller zijn dan wij. Met name jongeren voelen die pijn, omdat ze meer twijfelen over hun eigen identiteit en zich in sterke mate spiegelen aan hun omgeving.

Het nieuwsbericht deed me besluiten om wat ik had opgeschreven te delen op Facebook. Om op die manier ook iets van de ruwe randjes van mijn leven te laten zien. Naast het ‘goede’ nieuws dat ik natuurlijk ook graag met jullie deel: mooie boekrecensies, leuke interviews, etc. Het leven is nu eenmaal niet alleen maar leuk. Maar het leuke is: het is goed zoals het is.

Nieuw begin

Ik zweef momenteel ergens tussen het einde (de publicatie van mijn boek) en een nieuw begin. Nog niet wetend wat dat begin is, waar het een begin van zal zijn. Die leegte daar tussenin is soms donker, wanneer ik met een bedrukkend gevoel mijn nieuwe weg probeer te vinden. En soms ook licht, wanneer ik vervuld van liefde kan vertrouwen op de potentie van die leegte: de vrijheid die het in zich draagt, de mogelijkheden die er in verscholen liggen. Ik probeer de schoonheid van die leegte, van het mysterie, te blijven zien. Soms lukt me dat even niet, zoals in de afgelopen weken, als het te donker in mij wordt. Dan stap ik met moeite uit mijn bed ’s ochtends, komt er vrijwel niets uit mijn handen en drukt het leed en de waanzin in de wereld zwaar op mijn gemoed. Ook die duisternis probeer ik te doorleven, hoe onaangenaam die ook is. Want ergens diep van binnen weet ik wel dat ik in essentie licht ben, zoals ieder mens dat is, en dat dit licht vanzelf het donker weer zal oplossen. Maar alleen als ik ook het donker, zwaarte, rommeligheid, verwarring, kan accepteren als onderdeel van mijn leven. Volledige aandacht voor dat wat is, is het begin van de oplossing.

Het is soms een hele uitdaging om daar naar te leven. Want als we kampen met ‘een probleem’, dan willen we het liefst zo snel mogelijk een oplossing vinden. Omdat we ons liever niet in die situatie bevinden. En liever niet de angst of het verdriet of de eenzaamheid willen voelen die het probleem met zich mee brengt. We richten onze aandacht op een mogelijke oplossing en gaan bedenken hoe we onszelf uit die ongewenste situatie kunnen bevrijden. Waarbij we ons ook nog vaak laten leiden door de oplossingen van anderen, in plaats van het antwoord in onszelf te vinden. Maar vinden we op die manier wel een oplossing? Bereiken we op die manier wel de gewenste vrijheid van angst, verdriet of eenzaamheid?

Accepteren

Ik denk dat we niet te hard ons best moeten willen doen. De beste manier om iets op te lossen, is door het niet te willen oplossen. Door de aandacht te richten op het probleem zelf. Door dat wat is (niet vrij zijn) volledig te laten zijn, te onderzoeken, te zien, te begrijpen, kan het als vanzelf oplossen (vrij zijn). Waar we ons tegen verzetten – en dat doen we, anders zouden we geen oplossingen hoeven te bedenken om uit de huidige situatie te komen – dat blijft bestaan. Wat we daarentegen accepteren (niet te verwarren met erin berusten) – de huidige situatie zoals die is – dat zal vanzelf weer oplossen. Maar onze behoefte aan zekerheid maakt dat we liever voor problemen weglopen of ze onderdrukken en denken dat ze daarmee ook weg zijn. Of dat we ons, veelal onbewust, vastklampen aan problemen en ze blijven aantrekken, omdat ze ons een soort van bestaansrecht verlenen. In beide gevallen zullen de problemen niet verdwijnen, maar zullen ze eerder groter dan kleiner worden. Hoe graag we ook een oplossing willen, alleen aandacht en tijd kunnen ons de antwoorden aanreiken. Door iets te (willen) doen om het op te lossen, verspillen we energie. Als er geen conflict, geen scheiding, meer is tussen onszelf en dat wat we ervaren (‘het probleem’), dan is er geen reden om ons zorgen te maken en kan de energie stromen.

Het ervaren van het donker in de tunnel voerde mij uiteindelijk weer naar het licht. Elisabeth Kübler-Ross zei het heel mooi: “Als je de canyons tegen de stormen zou beschermen, zie je later ook de schoonheid van de inkervingen niet!”

Hartelijke groet,

Roelien Dekker

maart 2017

Worstelen met doen en niet-doen

Ik worstel soms een beetje met doen en niet-doen. Een beetje, want ik geniet er ook van … van het niet-doen bedoel ik. De laatste weken ervaar ik meer dan ooit dat het echt zo werkt zoals ik in mijn boek Liefdevol Organiseren beschrijf: DOEN ontstaat eigenlijk als vanzelf vanuit ZIJN. Dat wist ik natuurlijk wel, anders had ik het niet geschreven 🙂 Maar als weten ook echt ervaren wordt, dan krijgt het toch een extra dimensie. Eigenlijk heb ik tot nu toe weinig hoeven te doen, actief hoeven te doen, met veel inspanning, om mijn boek in de wereld te zetten. Het ene na het andere kadootje kwam op mijn pad. Enthousiaste berichten van lezers die mijn boek uit zichzelf aan het promoten zijn bij anderen. Een telefoontje van een redacteur van NPO Radio 5 met het verzoek om de volgende ochtend een radio-interview te geven. Het spontane voorstel van collega schrijfster Anouk Brack (die ik via via mocht ontmoeten) om elkaars boek te gaan recenseren. En ga zo maar door. Ik geniet ervan, heb het gevoel dat ik echt in de flow zit.

Muppets

En toch … is er een stemmetje in mijn hoofd dat zegt: Roelien, je moet nu toch misschien wel actief iets (meer) gaan doen om je boek onder de aandacht te brengen. Nog wat meer lezingen gaan geven of zo. Dat stemmetje maakt me soms onrustig. Verstoord mijn vredige gevoel … de rust en het vertrouwen vanbinnen. Het dogma ‘Je moet hard werken om iets te bereiken’ zit er ook bij mij ingeramd. Het klopt nog steeds als een ongewenste bezoeker op de deur, wanneer ik me bij wijze van spreken net lekker languit op de bank heb genesteld voor een avondje detectives kijken. Ik laat hem weliswaar niet meer binnen, maar zijn geklop werkt me nog wel een beetje op de zenuwen. Net zoals die calvinistische gedachte ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’ soms in mijn gemoedsrust zit te porren.

Op zo’n moment probeer ik bewust terug te keren naar mezelf, me weer te verbinden met de rust en het vertrouwen in mezelf. Het vertrouwen dat het schrijven van het boek Liefdevol Organiseren mijn bestemming is. En wat er uit voortvloeit, hoe mijn levenspad verder zal lopen? Hoe ik straks geld zal moeten verdienen als het potje met geld leeg is dat ik na mijn ontslag mee heb gekregen, het geld dat me de vrijheid heeft geboden mijn droom te gaan leven? Ik weet het niet. Ik heb de antwoorden (nog) niet. Dat niet-weten er laten zijn. Net zoals het niet-doen. En blijven vertrouwen dat de antwoorden zich vanzelf wel aandienen op het juiste moment. En dat de flow juist kan bestaan door niet zo hard te willen duwen en trekken. Dat is de grootste uitdaging voor mij op dit moment.

Toen ik in 2014 begon met mijn boek werkte ik nog bij de gemeente, drie dagen in de week. Daarnaast schreef ik, twee dagen in de week of één dag of nul. Afhankelijk van de energie die ik aan het eind van de week nog over had en de hoeveelheid inspiratie. Ik leefde een beetje in twee verschillende werelden en de omschakeling van de ene naar de andere was lastig. Als ik op donderdag thuis achter mijn bureau ging zitten, of achter het tafeltje met laptop in ons yoga & healing centrum, dan moest ik steeds omschakelen en het schrijven weer op gang laten komen. Hoe anders was dat nadat ik eind 2015 ontslag had genomen en me volledig op mijn boek kon focussen. De energie stroomde, de inspiratie vulde me en ik werkte meer uren dan ik in al die jaren daarvoor had gedaan. Maar ik vond het heerlijk. Ik was blij als ik ’s ochtends weer achter mijn bureau of tafeltje mocht kruipen en de vingers over het toetsenbord kon laten gaan. Het boek ontvouwde zich in mij, stroomde door me heen, vervulde me, als nooit tevoren. Ik mocht mijn passie én mijn droom leven: schrijven en een verhaal over liefdevol organiseren vertellen.

Stilte

En nu, ruim vijf weken na de boeklancering? Nu sta ik vaak stil. In mijn boek heb ik het volgende gedichtje over stilstaan geschreven:

Om vooruit te komen, moet je af en toe stilstaan
Luisteren naar de stilte die je toefluistert
Jezelf nestelen in de armen van de oneindige ruimte die je omhult
Zodat de leegte je kan vullen
En het onzichtbare je zicht kan geven op je ware bestemming

In die stilte geniet ik nu van het gedane werk, van de ontroerende reacties van lezers, de uitnodigingen die spontaan op mijn pad komen en al die lieve mensen om me heen die met me meeleven en meegenieten. Tiny, mijn partner en grote liefde, die zo trots op me is dat ze volschiet als ik het eerste boek vers van de pers uit de kartonnen verpakking haal, en een paar weken later als mijn trotse vrouw met een grote bos gele tulpen voor me staat. Michelle Shanti, mijn uitgeefster, met wie ik samen liefdevol organiseer, die me helpt mijn papieren kindje in de wereld te zetten, met haar liefdevolle aandacht en betrokkenheid en haar enorme vertrouwen in mij en mijn boek, en die nog steeds met me mee geniet. En al die andere lieve mensen om me heen, familie, vriend(inn)en, kennissen, met wie ik me verbonden voel en die me in mijn hart raken.

Ik laat de toekomst zichzelf ontvouwen. Op een manier die ik met mijn hoofd niet kan bedenken. En die kwebbelende muppets in mijn hoofd die af en toe de stilte verstoren? Met een vriendelijk ‘ssst’ probeer ik ze tot zwijgen te brengen. En als dat niet lukt, omdat ik het contact met het liefdevolle vertrouwen in mijzelf even kwijt ben, dan laat ik het er zijn: de twijfel, de onzekerheid, het niet-weten. Wetend dat het weer voorbij zal gaan. En ik me de volgende dag, en soms zelfs nog dezelfde dag, weer zal kunnen onderdompelen in het warme bad van liefdevolle aanwezigheid. Zonder oordeel. Zonder angst. Ik kan de tijd niet dwingen. Ik kan mezelf niet dwingen. En ik wil het ook niet meer. Ik kan het zelfs niet meer. En ach, die twijfel af en toe, die neem ik graag op de koop toe. Die was er altijd al, en toen eigenlijk vele malen sterker dan nu. Teveel zekerheid dooft de liefde, de creativiteit, het spontane geluk.

Hartelijke groet,

Roelien Dekker

november 2016

De Trump in onszelf onder ogen zien

Ons buurmeisje, een tiener, was in tranen toen ze vorige week woensdag de uitslag hoorde. “We hadden 9/11 en nu hebben we 11/9,” zei ze tegen haar moeder, die ons twee dagen na Donald Trump’s overwinning over deze reactie van haar dochter vertelde.

Ook voor mij, en ongetwijfeld velen met mij, was het een schok. Een donkere dag. Een dag van ontzetting, ongeloof. Ik kon het nauwelijks bevatten. Toen ik ’s ochtends in de trein zat op weg naar mijn uitgever, voelde de wereld onwerkelijk. Het was ook letterlijk een donkere dag. Uit het raam keek ik naar de grauwgrijze lucht boven de weilanden en woningen die de trein passeerde. Ik pakte mijn e-reader uit mijn tas en ging lezen, uit een behoefte aan afleiding. Die kon ik echter maar moeilijk vinden. Ik liet mijn e-reader op het tafeltje rusten en keek weer uit het raam. Hoe symbolisch is het, bedacht ik me, dat ik juist op deze dag een gesprek heb met mijn uitgever over mijn boek Liefdevol Organiseren. Op een dag als deze hebben we de kracht van liefde zo nodig. Liefde als tegenwicht tegen angst, wantrouwen en geweld. De liefde die ik ook voelde daar aan tafel met de uitgever, door de enorme openheid en verbondenheid in ons gesprek en het wederzijdse vertrouwen. Het verzachtte de harde werkelijkheid.

Nu ik dit schrijf, is het maandagmiddag 11/14, oftewel 14 november. Ook nu kijk ik naar een grauwgrijze lucht, dit keer uit het raam van mijn werkkamer. Het nieuws van vijf dagen geleden is langzaam aan het doorsijpelen in mij, maar blijft moeilijk te geloven, alsof ik het nog niet volledig wil accepteren. De Amerikanen hebben in meerderheid (niet met een meerderheid van stemmen, maar met een meerderheid van kiesmannen) gekozen voor een man die haat en verdeeldheid zaait, als de nieuwe president van hun land. Een narcistische man met een opgeblazen ego die wild om zich heen slaat. Een seksist. Een racist. Wanhopig op zoek naar goedkeuring en waardering. Met een enorme honger naar macht. Allergisch voor elke vorm van kritiek. Driftig wijzend met zijn vinger naar de boze buitenwereld van gevestigde politici, media en bepaalde bevolkingsgroepen die hij als een bedreiging ziet. Als ik met mededogen naar hem probeer te kijken, dan zie ik dat er een onzeker jongetje in hem schuilt dat bang is om afgewezen te worden en niemand vertrouwt. Een jongetje dat streeft naar bewondering, dat gezien en gehoord wil worden.

Zoals ook een deel van de mensen die op hem hebben gestemd, gezien en gehoord willen worden. Ze vestigen hun hoop op Donald Trump als hun leider. Zoals ook steeds meer mensen in andere landen hun hoop vestigen op populistische politici, waaronder Geert Wilders in ons eigen land. Het is in feite de Trump in onszelf die steeds harder gaat schreeuwen. Een zwarte tienerjongen in Amerika reageerde boos: “Trump is voor mij één grote, slechte grap. Het is niet alleen dat hij geweld propageerde tijdens zijn campagne. Voor mij als zwarte Amerikaan is hij een onderdrukker, en dat mensen massaal op hem hebben gestemd betekent dat er massaal voor onderdrukking is gestemd.” Het trieste is dat we mannen als Trump de macht geven die ze zo graag willen door te leven in de schaduw van onze eigen angst. Angst die de illusie voedt dat de wereld maakbaar is, dat we ons kunnen afsluiten voor problemen in de wereld, dat die problemen de schuld van een ander zijn, en dat we die problemen kunnen oplossen door bijvoorbeeld bepaalde bevolkingsgroepen buiten te sluiten en aan te wijzen als zondebok. Maar hoe naïef is het om te denken dat we grenzen dicht kunnen metselen en zo de problemen buiten de deur kunnen houden?

Het doorgeschoten individualisme in onszelf, onze maatschappij, de politiek en onze organisaties – de “narcistische betrokkenheid bij de eigen kleine wereld” zoals Martha Nussbaum het omschrijft – is in werkelijkheid onze grootste vijand. Een vijand die zich manifesteert in de vorm van een ‘politiek van angst’, machtsmisbruik, fraude, uitbuiting, uitsluiting, milieuvervuiling, en ga zo maar door. Een vijand die ons naar de rand van de afgrond duwt. Hoe dreigend die afgrond ook is, het hoopvolle van een crisis is dat het mogelijkheden biedt tot vernieuwing. Het maken van andere keuzes, het opdoen van nieuwe ervaringen en verder groeien als mens en maatschappij. Zo’n vernieuwing vraagt om de moed en de kwetsbaarheid om te durven loslaten. Het loslaten van oude overtuigingen, patronen en systemen die tot de huidige crises op politiek, humanitair, economisch en ecologisch gebied hebben geleid.

Wat loslaten het meest in de weg zit, is ons ego, een “false sense of self” zoals Eckhart Tolle het noemt, en de illusies van maakbaarheid en gescheidenheid waar het ego zich aan vast klampt. Het ego dat zich vaak onderdompelt in zelfbeklag, berusting, veroordeling en strijd. Waarbij we vaak onvoldoende realiseren dat we onszelf met ons ‘dikke ik’ veel kleiner maken dan we werkelijk zijn. Want ons ware zelf is werkelijk groots en onbegrensd. Als we luisteren naar haar stem, de stem van ons hart, in plaats van naar de muppets in ons hoofd, dan pas zijn we in staat angst te overstijgen en werkelijk te leven en werken vanuit liefde. Het gaat erom dat we ‘uitzoomen’ en inzien dat we niet ons ego zijn. Maar dat ons (opgeblazen) ego als een sluier ons ware zelf bedekt. Ons ware zelf dat weet dat het onderdeel is van een groter geheel waarin alles en iedereen met elkaar verbonden is en dat een enorme potentie tot transformatie in zich heeft.

Voormalig VN-leider Dag Hammarskjöld zei ooit dat we nooit aanhoudende vooruitgang zullen boeken in onze wereld totdat we allemaal “de langste reis afleggen”: de innerlijke reis. De makkelijkste manier is de ‘schuld’ bij de politici en ondernemers leggen die zich laten leiden door hun honger naar geld en macht, dus met andere woorden het buiten onszelf neerleggen. Maar daarbij verliezen we uit het oog dat wij het zijn die deze organisaties met elkaar vormen en hun bestaansrecht verlenen – als werknemers, kiezers, consumenten, aandeelhouders, beleggers, vrijwilligers, enzovoort. Laten we de confrontatie aangaan met onszelf, de Trump in onszelf onder ogen zien, en onszelf afvragen: hoe liefdevol ga ik om met mijzelf, met anderen en met de natuur? Als we zelf in ons eigen hart komen, dan helpen we de wereld om in haar hart te komen. Nog nooit in de geschiedenis is de noodzaak tot een transformatie voor mijn gevoel zo groot geweest als nu. Een transformatie van de ‘liefde voor macht’ naar de ‘macht van liefde’. Liefde is de grootste kracht in het universum. Liefde is waar ieder mens diep van binnen het meest naar verlangt. Laat in plaats van angst en haat de macht van liefde regeren. Dat is de enige manier waarop we de energie in beweging kunnen zetten die ons kan helpen onze dromen waar te maken.

Hartelijke groet,

Roelien Dekker

april 2016

Liefdevol organiseren is balanceren

Het is alweer een tijdje geleden dat ik mijn eerste blog heb geschreven. Ik ben druk bezig geweest de afgelopen maanden met het schrijven van mijn boek over Liefdevol Organiseren. Druk bezig geweest. Ik hoor het mezelf zeggen, met enige gêne bijna. Want mijn boek gaat nu juist over ontspannen je doelen bereiken als mens en organisatie. Hoe ontspannen ben ik eigenlijk zelf als schrijver?

Toen ik mezelf vanochtend met een kopje cappuccino in mijn hand in een comfortabele stoel had genesteld in de woonkamer en naar buiten keek de tuin in, naar het ontluikende groen van de krentenboom en rozenstruik, stelde ik mezelf die vraag. En moest ik van binnen wel een beetje glimlachen. De afgelopen maanden ben ik ijverig aan het schrijven geweest. Zoals mijn partner constateerde, zonder enig oordeel overigens: “Je hebt nog nooit zoveel gewerkt als nu.” Nou ja, nooit is een groot woord, zeg ik dan maar. Maar ze heeft gelijk dat ik nu meer uren werk dan ik de afgelopen jaren heb gedaan bij mijn ex-werkgever de gemeente Zwolle. Waarbij ik moet opmerken dat ik daar ‘slechts’ drie dagen in de week werkte, dat u niet denkt, wat heeft zij daar al die jaren uit haar neus zitten eten. Nu vind ik schrijven heerlijk om te doen, begrijp me goed. Maar toen ik daar zo in die stoel, met mijn pootjes op een poef, van mijn bakje koffie zat te nippen en het achtergebleven witte schuim naar binnen lepelde, besefte ik me dat ik mezelf soms wel wat op zit te jagen ja. Vanuit het idee dat ik zoveel mogelijk tijd aan mijn boek wil besteden. Op zich niets mis mee natuurlijk. Maar met dat driftige getyp en mijn blik op het beeldscherm gun ik mezelf soms simpelweg niet de tijd om iets anders te doen. Vanochtend deed ik dat wel. Voor het koffiemomentje had ik yoga gedaan. In een tot ‘yogaruimte’ omgedoopte kamer in ons eigen huis, compleet met matjes, meditatiekussens, schapenvachtjes en sfeerverhogende kaarsjes en oranje zoutlampen. Losmaakoefeningen, de zeven zonnegroeten en nog een paar yin yoga houdingen. Heerlijk. Ik deed het bijna iedere week één of het liefst twee keer. Tot er de afgelopen maanden een beetje de klad in is gekomen door mijn schrijfpassie. En waarom eigenlijk? Wat maakt nu dat uurtje yoga ’s ochtends voor verschil? Dan kruip ik toch gewoon een uurtje later achter die computer? Ik kon die laatste vraag in mijn hoofd eigenlijk alleen maar met een volmondig ja beantwoorden.

Druk, druk, druk

Inspanning en ontspanning. Het is zo belangrijk dat die twee in balans zijn. Dat besefte ik me vanochtend weer even heel duidelijk. Druk, druk, druk. Die geluiden hoor ik zoveel om me heen. We hollen maar door. Het lijkt wel alsof druk zijn een soort van statussymbool is geworden waar we privé en op ons werk mee pronken. De opkomst van moderne technologie als smartphones en tablets en sociale media als Facebook en Twitter versterkt deze gehaastheid alleen maar en maakt momenten van bezinning en inkeer extra schaars. Volgens Hans Schnitzler, schrijver van het boek ‘Het digitale proletariaat’, zijn we zo bang om iets te missen en om buitengesloten te worden, dat we continu online zijn en ons, voorovergebogen over onze schermpjes, als een verslaafde gaan gedragen: gejaagd, dwangmatig en met een onstilbare honger. Tijd voor momenten van bezinning en reflectie, om in rust naar binnen te kunnen keren, is er daardoor steeds minder. Herkenbaar?

In onze maatschappij en de organisaties die daar deel van uitmaken, is de druk om te presteren hoog. Met alle gevolgen van dien. Ongeveer één op de zeven tot acht werknemers kampt met een burn-out volgens cijfers van het CBS en SCP. En in sommige sectoren zoals het onderwijs is dat zelfs één op de vijf. Als ik zelf terugkijk op totaal twintig jaar binnen de Utrechtse universiteit en daarna de Zwolse gemeentelijke organisatie waar ik heb gewerkt, dan zie ik dat ik mezelf voor een deel kwijt raakte door het gevoel dat ik hard moest werken en presteren, en daarop ook werd afgerekend. Dat voelde ik binnen de organisatie, maar wat denk ik nog veel fnuikender was, dat legde ik mezelf ook op. Met als gevolg spanning en stress die ik voelde, waar ik uiteindelijk meerdere keren psychisch en lichamelijk ziek van werd. Wat voor mij aanleiding was om een andere (werk)houding aan te nemen. Ik liet mijn streven los om alles maar (aan) te kunnen en iedereen maar tevreden te stellen. Ik ging mijn grenzen voelen en ook grenzen stellen aan anderen. Grenzen die ik, zoals het begin van deze blog wel duidelijk maakt, nog steeds in de gaten moet houden. Waar ligt voor mij de grens? Wanneer slaat de balans tussen inspanning en ontspanning door naar stress en onrust en me ongelukkig voelen?

Stilstaan om vooruit te komen

Ik geloof dat ik me in mijn werk nog nooit zo gelukkig heb gevoeld als nu, nu ik de vrijheid proef van het zelfstandig ondernemer zijn en het volgen van mijn passie als schrijver. Maar ook nu blijft het voor mij balanceren tussen inspanning en ontspanning, tussen doen en zijn. Zoals Liefdevol Organiseren ook een kwestie is van balanceren en zoeken naar het juiste evenwicht tussen yang en yin. Belangrijk daarbij is dat we allemaal onze eigen unieke grenzen herkennen en erkennen. We kunnen alleen zelf voelen waar onze persoonlijke grenzen liggen en ervaren wanneer die grenzen bereikt zijn en het tijd is ze nog eens extra te koesteren. Stilstaan is daarbij essentieel. Stilstaan is nodig om vooruit te komen. Om te reflecteren en te kunnen (h)erkennen wat is. En vanuit die stilte in onszelf het juiste moment te leren kennen om iets te doen (niet-doen is ook doen). Dan kunnen we onszelf als mens en als organisatie pas echt blijven ontwikkelen en vernieuwen. Zoals Kahlil Gibran het mooi verwoordde: “Schildpadden kunnen meer over de weg vertellen dan hazen.” Momenten van stilte en overgave zijn nodig om contact te kunnen maken met de liefde in onszelf, en onszelf vanuit die liefde ook werkelijk te kunnen verbinden met een ander. Dat is de kracht van Liefdevol Organiseren.

Hartelijke groet,

Roelien Dekker